Welkom op de website van HB Racing

Racen, de essentie

10 October 2007 Gepost in Artikelen

Waarom zijn er van die malloten, die met gevaar voor eigen leven proberen om zo snel mogelijk rondjes te rijden op een motorfiets? Een simpele vraag waarop ik zal proberen een helder antwoord te formuleren. Dat zal niet meevallen, omdat iedere schijn van logische argumenten in het niet vallen bij de werkelijkheid van de statistieken.

Het antwoord zal dus gezocht moeten worden in de sfeer van gevoelens, hetgeen voor ieder persoon een andere betekenis zal hebben. Voorwaar een moeilijke opgave, die ik zal trachten te volbrengen door gebruik te maken van mijn eigen passie voor motorracen en het gevoel wat ik krijg als ik op mijn motor stap.

Het gevaar hierbij is dat het uiteindelijke antwoord mijn essentie zal bevatten en niet in z’n algemeenheid opgaat voor iedereen die professioneel of hobbymatig actief is in de racerij. Toch denk ik dat iedereen die op dit gebied actief is, zich in meer of mindere mate kan vinden in dit verhaal.

Op het moment dat ik dit zit te schrijven is zojuist het winterseizoen begonnen en heb ik ruimschoots de tijd om mijn gedachten de vrije loop te laten. Mijn enige zorg is om ze op een dusdanig gestructureerde manier op papier te krijgen, dat ook iemand anders er iets aan heeft, of überhaupt snapt waar ik het over heb.

Mijn eigen racecarriere is slechts één seizoen oud, maar heeft me genoeg geleerd over de essentie ervan. Uiteraard kan ik nog voldoende leren waardoor mijn rondetijden steeds sneller worden, maar gezien mijn leeftijd mag ik me daar niet al te grote illusies over maken. Toch heb ik in één seizoen dusdanig veel progressie gemaakt, dat het minimaal uitnodigt om er een volgend seizoen aan vast te knopen. Maar laat ik niet op de feiten vooruitlopen en op de eerste plaats proberen vast te stellen waarom ik er eigenlijk mee begonnen ben.

Het voordeel van wat ouder zijn, is dat je heel veel dingen al hebt meegemaakt en jezelf al wat beter kent. Hierdoor is deze vraag voor mij niet zo moeilijk te beantwoorden. In mijn gehele carriere staat één ding centraal en dat is succes hebben in de werkzaamheden die je doet. Het ligt besloten in mijn karakter dat ik de dingen die ik doe, niet half kan doen. Met andere woorden, ik streef naar perfectie. Over het algemeen ben ik daar redelijk succesvol in. Zo ben ik op 37 jarige leeftijd, op aanraden van een familielid begonnen met motorrijden. Na het behalen van mijn rijbewijs, wat al de nodige voeten in aarde had, heb ik een motor aangeschaft waarmee rustig getoerd kon worden. Het werd een zogenaamde chopper. Hier heb ik een half jaar mee gereden om de eerste “solo” ervaring op de openbare weg mee op te doen en heb ik ook diverse tochten naar populaire gebieden gemaakt. Allengs besefte ik dat dit type motoren mij toch niet konden bekoren en schafte ik een sportievere machine aan, met het idee om eens te ervaren hoe het rijden op zo’n motor me zou bevallen.

Dit moment is achteraf gezien, bepalend geweest voor mijn huidige passie voor de racerij, want deze machine beviel me zo goed, dat ik daarna nog maar 50 km op de chopper heb gereden. Ik heb ze toen beiden verkocht en een nieuwere sport/toer machine gekocht.

Hiermee heb ik ook weer ruim een half jaar gereden en voelde toen het moment aangebroken om eens een echte supersportmachine aan te schaffen. Voorzicht heb ik bij de plaatselijke dealer eens rondgekeken en was direct verkocht toen ik mijn eerste GSX-R750 zag staan. De proefrit die erop volgde was eigenlijk slechts een formaliteit, want in mijn hart was hij allang verkocht. Vanaf dat moment reed ik dus op een volbloed supersportmachine rond, waarbij ik eerlijkheidshalve moet opmerken dat de motor eigenlijk met mij rondreed
Gaandeweg kwam het gevoel van sportief rijden over mij. De eerste circuitavond werd geboekt, hetgeen gezien kan worden als een mijlpaal in mijn sportieve ontwikkeling. Het circuit van Lelystad was de plaats van mijn circuit ontmaagding, als je daar al van kunt spreken. Het festijn werd georganiseerd door een aantal enthousiaste motorrijders van een internetforum, waar ik me inmiddels bij had aangesloten. In mijn ogen waren al deze motorrijders 100 keer meer ervaren als ik mezelf achtte en had besloten om het geheel maar gelaten over me heen te laten komen.
De dag waarop dit allemaal zou plaatsvinden was op een vrijdag en ik zou de erop volgende zaterdag met een aantal collega’s een weekendje gaan rijden in de Eifel, dus was ik extra zenuwachtig. ‘s Middags hield ik al vroeg op met werken, toog snel naar huis en checkte of alles al klaar was voor de eerste circuitkennismaking. Veel te vroeg ging ik op pad naar Lelystad en natuurlijk kwam ik er ook veel te vroeg aan. Om de tijd te doden ging ik eerst maar wat eten bij de plaatselijke McDonalds en trof daar al een aantal mederijders. Na het één en ander genuttigd te hebben, besloten we naar het circuit te gaan en daar maar verder te wachten. Bij aankomst lag het circuit er verlaten bij, maar er stonden al meer mensen te wachten en na een lange tijd gewacht te hebben kon het inschrijven beginnen.
Temidden van al die ervaren racer met hun afgesleten kneesliders, voelde ik me toch wel heel klein. Ik had dan wel een leren pak aan, maar daar zaten geen eens kneesliders op! Maar ik had A gezegd, dus B zou ook wel volgen. Om kort te gaan, er werd een korte briefing verzorgd en daarna konden we de baan op. Allemaal kleine groepjes achter een voorrijder, die probeerde om deze bende motorrijders op een fatsoenlijke wijze over de baan te loodsen. Het groepje waar ik bij aangesloten was, reed voor mijn doen echt veel te snel en ben na 2 ronden dan ook afgehaakt. Leuke bijkomstigheid is wel dat de voorrijder van die groep nu één van mijn racemaatjes is. Ik heb de avond verder gereden met een langzamere groep en heb het geweldig naar mijn zin gehad. De achterband had ik bijna rond gereden, wat voor de gemiddelde supersportrijder toch een teken van erkenning is.

Na afloop ben ik in een recordtijd weer teruggereden naar huis. Ik was een enorme ervaring rijker en was behoorlijk op weg een nieuwe passie te ontwikkelen. Helaas diende de winter zich aan en dat betekent voor de sportieve motorrijder toch dat hij zich tot de lente zal moeten behelpen met een gezapig toertempo met dito hellingshoeken. In de winter ontving ik een uitnodiging van meneer Suzuki om in het voorjaar een dag te komen rijden op het circuit van Assen. Deze eer viel mij te beurt omdat ik sinds het jaar ervoor ook de trotse eigenaar was van een Suzuki motorfiets en mocht ik, natuurlijk tegen betaling, het heilige asfalt van Assen gaan uitproberen. Dat leek me wel wat, maar een meewarige blik op mijn oude leren pak zonder kneesliders, noopte me om op korte termijn de plaatselijke motorboer te bezoeken.

Dat bleef niet zonder gevolgen, want naast het mooie blauw/witte motorpak met kneesliders dat ik had aangeschaft, werd het toch ook hard tijd om die oude GSX-R in te ruilen voor een nieuw exemplaar.
Vanaf dat moment zou het nooit meer goed met me komen. De eerste circuitdag op een echt circuit verliep geweldig. Ik begon natuurlijk in de groep voor beginners, maar ik was daar dan wel de allersnelste. Met een snelste rondetijd van 1:49 voelde ik me een volleerd coureur en begon al te denken aan de overstap naar de gevorderdengroep. Mijn kneesliders waren niet maagdelijk meer en mijn banden waren helemaal rondgereden. Geen schaamranden meer en stoer geruld, vertrok ik huiswaarts. De A28 werd gezien als verlenging van het circuit, met dien verstanden dat de bochten geen namen hadden. Kortom, de gemiddelde snelheid was al voldoende om direct je rijbewijs in te mogen leveren, dus over de pieksnelheden zal ik het maar helemaal niet hebben.
Thuisgekomen besefte ik dat dit niet zomaar een hobby was, nee het was iets veel hogers, het is een passie die zijn weerga niet kent. Op dat moment begon het idee te rijpen om te racen, maar hoe, wat en waar was nog niet bekend. Wel las ik op het internetforum met steeds meer plezier de berichten over racen en circuitdagen. Zo ontdekte ik op een zeker moment dat het relatief simpel was om te gaan racen in de zomeravond competitie. Je hoefde alleen maar een speciale cursus van een dag te volgen en je kon meedoen. Op dit moment had ik onbewust al de keuze gemaakt om te gaan racen. En waarom ? Omdat het rijden op een circuit een geweldige kick geeft en het sportief rijden op de openbare weg ontzettend veel risico’s met zich meebrengt.
Toch heb ik dat seizoen nog zeer regelmatig klaverbladen onveilig gemaakt. Bij mij in de buurt ligt een mooi klaverblad waar ik iedere bocht van kon dromen. Het was een alternatief voor circuitrijden. En op een bepaalde manier was het toch wel te vergelijken, op het moment dat je de eerste bocht inzette voor het klaverblad, kreeg je een heel apart gevoel. Eerst een verkenningsrondje om te kijken of iets er geen vuil en/of olie lag, vervolgens iets harder en steeds platter, net zo lang tot je de hele bocht al schrapend met je knie over de grond, kon rondgaan. Helaas gebeurde er ook de nodig valpartijen waarbij een enkeling het niet overleefde. Dit maakte dusdanig veel indruk dat ik ermee gestopt ben.
Ik had het besluit genomen om mijn kunsten alleen nog maar op het circuit te gaan vertonen en de eerste stap zou zijn om de TOMS cursus te gaan volgen, zodat ik, wanneer ik dat wilde kon gaan deelnemen in de Zomeravond competitie. Ik had nog geen duidelijk beeld van wanneer ik dat zou gaan doen, maar de licentie had ik dan in ieder geval al binnen. De cursus heb ik gedaan, samen met een groot aantal bekenden van het betreffende internetforum en versterkte mijn idee dat het racen absoluut bereikbaar was. Qua prestaties kon ik maar ternauwernood meekomen, maar dat zou wel anders worden.
Een ander probleem was, dat ik mijn dure supersportmachine niet wilde beschadigen op een circuit, dus er werd gezocht naar een circuitmotor. Nu bleek dat niet heel erg moeilijk te zijn, nadat ik wat had rondgevraagd, dienden de potentiële verkopers zich in rijen aan. Ik liep tegen een Suzuki GSX-R600 aan, die zijn leven ooit begonnen was in de Suzuki cup en later acte de presance had gegeven in diverse andere competities. Dit zou voor mij voorlopig voldoende zijn om mijn skills te verbeteren. De motor zag er wat gehavend uit, maar dat was geen probleem. In de winter zou ik hem wel gaan opknappen en hij was rijklaar, dus dat ging ik er ook mee doen.
De rest van het jaar heb ik diverse circuitdagen gereden op de circuits van Zolder, Assen en Zandvoort. Mijn prestaties gingen weliswaar per dag omhoog, maar om echt hard te gaan moest er nog wel het één en ander verbeterd worden. Maar het gevoel had ik te pakken en daarnaast had ik er geweldig veel plezier in. Helaas veel te vroeg trad het winterseizoen in en moest ik mijn circuit activiteiten tijdelijk staken. Gelukkig viel er aan de racer nog veel te veranderen en te verbeteren zodat ik de winter op een manier kon doorkomen, die nog iets te maken had met motorracen. Bijna alles heb ik aangepast, de motor diverse keren uit elkaar gesleuteld en geweldig veel geleerd over de techniek, door simpelweg gebruik te maken van een werkplaatshandboek, logisch na te denken en zo af en toe hulp of advies te vragen aan professionals of techneuten op internet.

De techniek is natuurlijk een belangrijk gedeelte van het motorracen, maar er is ook een andere kant, waar ik me terdege van bewust was. Als rijder moet je in eerste instantie de techniek van het racen beheersen en daarna op peil houden door veel te rijden en veel ervaring op te doen. De motor was inmiddels in perfect staat, maar mijn talenten als racer waren nog lang niet voldoende ontwikkeld. Ik beschikte over de minimale technieken, die mij holpen om veilig een circuit rond te rijden, maar de echte snelheid zat er nog lang niet in. Ik wist uit ervaring dat je alleen maar beter wordt door veel te rijden en dat brengt me op het leukste gedeelte van motorracen.
Tijdens de verplichte winterstop verlekkerde we ons al aan de circuit- en racedagen die ons in het voorjaar zouden wachten. Want inmiddels had ik al een behoorlijke vriendclub opgebouwd van allemaal gelijkgestemden. Inderdaad, allemaal racers in spee, die net zo ongeduldig als ik zaten te wachten op de eerst zonnestralen met bijbehorende hoge temperaturen. Aangezien dat in Nederland wel even kon duren, besloten we een voorjaarstraining te gaan volgen in zuid Frankrijk, zoals alle serieuze racers dat doen. Even wat routine opdoen voor het komende seizoen, hetgeen voor ons meer betekende dat we konden gaan werken aan onze techniek. De verdere winter hebben we doorgebracht met een aantal bijeenkomsten om de komende training te bespreken en allerhande logistieke problemen op te lossen.
Het lange wachten werd uiteindelijk beloond en we togen vol goede moed naar zuid Frankrijk (Pau-Arnos) om daar 5 lange dagen te genieten van het mooie weer en het racen. We hadden werkelijk aan alles gedacht op het gebied van logistiek, hotels, reserve onderdelen, benzine, etc. Alleen één ding waren we collectief vergeten, het weer! Nooit hadden we rekening gehouden met het feit dat het onder aan de Pyreneën in maart ook nog wel eens zou kunnen regenen. Een illusie armer, maar een ervaring rijker hebben we ons toch door de 2 slechte dagen heen gesleept.

Deze week is de basis gelegd van mijn bestaan als racer. Naast het rijden, het opdoen van ervaring, het kijken naar echt snelle racers en het overnemen van bepaalde technieken, hebben we ook ervaren hoe we met z’n allen, met onze beperkte kennis, zonder al te veel moeite ons konden bewegen in dit racewereldje. We waren als een stelletje nieuwkomers aangewezen op onze eigen inventiviteit, wat ervoor zorgde dat er een sfeer van kameraadschap ontstond zoals ik die alleen heb ervaren in dienst. Daarnaast merkten we ook dat iedereen om ons heen altijd bereid was om een mederacer te helpen, met advies, gereedschap of een extra handje. Alhoewel dit niet essentieel klinkt voor het racen, maakt het toch een belangrijk deel uit van hoe ik op dit moment de racewereld ervaar. Ik besef hierbij terdege dat dit een beeld is dat boven een bepaald niveau stopt, maar op dit moment is het voor mij een niet los te denken component.
Deze week heeft in belangrijke mate bijgedragen tot mijn vorming als racer, met alle leuke en minder leuke voorvallen. En dit kwam niet in de laatste plaats door alle secundaire zaken waar we kennis mee hebben gemaakt. Het praktisch nut van de voorjaarstraining ging enigszins aan ons voorbij, omdat we nog echt helemaal aan het begin stonden, maar geleerd hebben we er erg veel. Voor iedereen die ook aan het begin staat en twijfeld, kan ik alleen maar zeggen: “Doen”!
Een aantal aspecten van de racerij had ik inmiddels ervaren, maar het meest belangrijke nog niet, namelijk de race zelf. Hier zou zeer spoedig verandering in komen, aangezien de data voor alle Zomeravond competitie races bekend waren. De eerste race stond gepland op 1e paasdag op het circuit van Zandvoort. Inmiddels waren ook alle formulieren al ingevuld die uiteindelijk zouden leiden tot de felbegeerde racelicentie en die ons bij de eerste inschrijving zouden worden overhandigd.
Wat ik me van de eerste race kan herinneren is dat we ‘s morgens heel vroeg naar Zandvoort afreisden en de hele auto vol hadden liggen met voldoende spullen om een week in het buitenland te gaan racen. Later zou dit gewoon de “standaard” uitrusting worden.
Vervolgens wordt je op zo’n dag geconfronteerd met allerlei keuzes. Allereerst het probleem van de klasse waarin je zou gaan rijden. Wordt het de S0 voor de beginners, of toch maar gelijk een stapje hoger? Ik vond dat ik met mijn ervaring en voorbereiding (na een winterstop ben je in gedachten veel sneller geworden) best wel kon beginnen in de S1, maar tijdens de inschrijving bleek al dat heel veel medecoureurs dat dachten. Ook degenen die het jaar daarvoor net in de S2 reden, wilden de eerste race van het seizoen niet al te hard van stapel lopen en startte ook veelal in de S1. De vrij training had nog wel iets weg van een gewone circuitdag en had nog niet veel om het lijf. Al was het wel een gelegenheid om de concurrentie alvast in te kunnen schatten. De tijdstraining begon al serieus op een wedstrijd te lijken, want hiermee werd immers bepaald op welk plekje je straks op de startdgrid mocht staan. Uiteindelijk ging dit voor de eerste keer best goed, ik mocht op de 3e startrij plaatsnemen, waardoor ik in iedere geval bij de beste helft van het startveld behoorde.De 1e manche was echt een belevenis, opstellen in de pitstraat, de zenuwen die door je keel gieren, jezelf vertwijfeld afvragend hoe je ook alweer moest starten.
Toen vanuit de pitstraat een rondje rijden, opstellen op de grid om vervolgens 2 opwarm rondes te rijden (goed idee). En toen gebeurde het, de eerste echte start….. Gefocussed op de lichten…. rood…. 8000 RPM….groen….Gaan!!!!
Alleen, doordat de motor toch wel heel veel feller is als vorige jaar resulteerde dat in een fraaie wheely.., Altijd leuk maar NU EVEN NIET! Dus, nog een keer, weer teveel gas en weer een wheely… Inmiddels door een man of 6 á 7 al tijdens de start voorbij geknald. Dat voelde niet goed. Dan maar de achtervolging inzetten. Gaandeweg de rondes heb ik wel weer een man of 6 ingehaald, maar dat kostte me veel moeite. In iedere bocht moest ik van het gas af, maar
doordat ik er te dicht op reed, had ik niet genoeg snelheid om er voorbij te gaan. Dat is natuurlijk een stuk race ervaring dat ik nog mis, maar het seizoen duurt nog lang. Uiteindelijk ben ik op een 23e positie geëindigd.

De 2e manche mocht ik dus vanaf de 7e startrij vertrekken en had dus een enorm veld voor me Procedure was hetzelfde als in de 1e manche. Toen weer de start. Dit maal minder toeren, 5 á 6000 en nog meer met de koppeling spelen. En toen het groene licht aan ging, ging ik er ook echt vandoor… Start ging perfect… Ik was als eerste weg van mijn startrij, links 2 ducati’s en rechts een R1 achter me latend. Dit voelde wel oke! De race was begonnen, het inhalen ging al een stuk beter. De temperatuur was ook veel lekkerder, de zon scheen en veel belangrijker, ik had het naar mijn zin. Uiteindelijk ben ik op de 16e plaats geëindigd, maar dat was van ondergeschikt belang. Het belangrijkste was dat ik zojuist mijn eerste race had gereden en ik vond het een waanzinnige belevenis. Ik was nu definitief niet meer te redden van het racevirus en ik besefte dat ook terdege.
Vanaf dat moment had ik van alle facetten geproefd en het smaakte alleen maar naar meer. Aangezien het raceseizoen maar uit 7 races bestond, ben ik toch maar op zoek gegaan naar meer circuitdagen om zoveel mogelijk ervaring op te kunnen doen. Al deze dagen stonden in het teken van verbetering van mijn techniek en rondetijden, hoewel dat de ene dag beter ging dan de andere.
Heel langzaam groeide het besef dat de motor die ik in eerste instantie had uitgekozen om mee te gaan racen, niet heel erg goed bij me paste. Ik vond hem te lomp en stond op het punt hem te gaan verkopen. Op aanraden van een aantal vrienden en bekenden heb ik dat niet gelijk gedaan, maar heb eerst de vering laten ombouwen tot racevering, teneinde dat extra stukje progressie te kunnen boeken. Alleen voordat ik dat echt kon waarmaken, liep ik tegen mijn huidige (droom)motor aan, de Suzuki GSX-R750 uit 2002. Voor relatief weinig geld kon ik deze motor overnemen, hetgeen ik dan ook binnen een dag besloten had.
Puur logisch beredeneerd was dit een stap die alleen maar extra geld zou kosten, maar mijn gevoel lag bij deze motor en niet bij de oude. Dat gevoel bij dit soort keuzes een belangrijke raadgever is, moge duidelijk zijn. Niet voor niets wordt bijna alles binnen de motorsport afgedaan met het feit dat het goed moet zitten tussen de oren. De praktijk wees dit dan ook uit. Mijn rondetijden verbeterden met soms wel 10 seconden, wat alleen maar verklaard kan worden vanuit een enorm verschil in gevoel. Kortom de juiste keuze was gemaakt en de jacht op snellere tijden was in al zijn hevigheid losgebarsten.

Hierdoor maakte ik ook kennis met het laatste onontgonnen gebied binnen het motorracen, de crash! Door velen gevreesd, door anderen niet meer dan iets wat zo af en toe om de hoek komt kijken. Het is slechts een kwestie van tijd, voordat iedere racer met dit fenomeen geconfronteerd wordt. Of zoals door iemand tijdens de Zomeravondcompetitie werd opgemerkt, er zijn 2 soorten rijders, zij die reeds gevallen zijn en zij die nog moeten gaan vallen. Ik behoor inmiddels tot de laatste categorie, maar weet niet of me dit nu bevoorrecht maakt of niet.
In ieder geval was mijn crash niet zo spectaculair dat er allerhande hulpdiensten moesten komen opdagen, ik was zelfs in staat om weer met mijn motor naar de paddock te rijden. Hoe het gebeurde ? Een mengeling van gezonde zelfoverschatting, gecombineerd met de ambitie om sneller te gaan en de fysieke beperkingen van de motorfiets. Toen ik de motor kocht ben ik er op gaan rijden, zonder me druk te maken over de rijhoogte afstelling en vering. Op het moment dat ik mijn rondjes op Zandvoort aan het rijden was, begonnen de rondetijden op een gegeven moment serieus te worden en zou binnenkort het gebrek aan grondspeling mij parten gaan spelen. Dit was natuurlijk niets nieuws, ik had immers op diverse foto’s gezien hoeveel, of beter gezegd hoe weinig grondspeling ik nog over had. Op het moment dat het dan ook mis ging had ik teveel gevraagd van de grondspeling en met een vaart van 200 km per uur tilde de uitlaat mijn achterwiel op. Dit resulteerde in een enkeltje grindbak en de nodige cosmetische schade aan pak, motor en ego.
Een typisch leermoment zoals er in de racerij zoveel voorkomen. De schade was binnen 2 dagen hersteld, zonder al te grote financiële gaten te slaan en de rijhoogte kon heel simpel worden aangepast. Dergelijke momenten zijn noodzakelijk om progressie te maken en daar betaal je een zekere prijs voor. Aan de andere kant merk je dat door dit soort ervaringen kunt groeien, al heb je wel een paar dagen nodig om de draad weer op te kunnen pakken. Het mooie van racen is als je denkt absoluut niet sneller te kunnen, je soms tips krijgt of je bepaalde zaken ontdekt, waardoor blijkt dat je wel degelijk sneller kunt. Heel nuttig hierbij is om samen met mensen te rijden die net iets sneller zijn dan je zelf bent. Hierdoor zie je waarom anderen sneller zijn en kun je dit overnemen.
Wat ook enorm goed werkt is een speciale meerdaagse training met goede begeleiding op doorgaans buitenlandse circuits. Hier krijg je de kans om enorme vooruitgang te boeken, omdat je een aantal dagen niets anders doet als racen en iedere waardevolle tip maximaal kunt uitproberen.
Afijn, mijn race seizoen was in ieder geval behoorlijk op gang gekomen, ook omdat ik het standpunt huldig dat als je iets doet, je het gelijk maar beter goed kunt doen. Bovendien als je op een bepaalde leeftijd bent gekomen, moet je gewoon meer leren in een kortere tijd, als je er nog een beetje plezier aan wilt beleven.
Gedurende de rest van de races heb ik alleen maar meer ervaring opgedaan, met overigens wisselende successen, met maar één ding voor ogen. Progressie! Uiteindelijk heb ik het seizoen afgesloten met de laatste race in de snelste klasse van de Zomeravond competitie en had ik mijn doel voor dit jaar meer dan bereikt. De keerzijde van dit hele verhaal is wel dat het seizoen veel geld gekost heeft, maar vraag aan mij nu niet of het dat allemaal wel waard was. Over het antwoord hoef ik geen 3 seconden na te denken en luidt volmondig ja.
Om nog even terug te keren naar de essentie van racen, ik ben niet in staat dit in een paar simpele woorden, of desnoods een schitterende volzin onder woorden te brengen, maar ik denk dat eenieder na het lezen van dit verhaal een duidelijk beeld krijgt van waar het allemaal over gaat.


Ik ben zeker volgend seizoen weer op de diverse circuits te vinden om de progressie zoals die dit jaar is ingezet voort te zetten en weet niet waar het zal eindigen, maar mocht je iets willen weten over wat racen is, aarzel dan niet om het me te vragen.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.